Site Netwerk: nl hybridorganizations.com |



Een hybride organisatie laat zich definiëren als een, die in een continuum op één of meerdere dimensies gescoord kan worden tussen de twee polen van de agency en de enterprise.

Multidimensionaal model van hybride organisaties

Zoals beschreven wordt er in het debat over hybride organisaties in het algemeen uitgegaan van een dichotomie tussen dé publieke en dé private organisatie. Aangezien de vele interrelaties en verbanden tussen overheid en markt lijkt het echter realistischer om van een continuüm te spreken, een model dat ook rekening houdt met het bestaan van hybride organisatievormen die noch helemaal publiek noch helemaal privaat zijn.

De ideaaltypische overheids- en de ideaaltypische marktorganisatie zijn de polen van dit continuüm. Als het publieke ideaaltype kunnen we de agency zien (in het Nederlands vaak vertaald als de taakorganisatie). Deze wordt hiërarchisch door de politiek aangestuurd op basis van centraal opgestelde regels. De agency brengt, vaak in een monopoliepositie, goederen voort, die vanwege hun publieke karakter (zij zijn niet-uitsluitbaar en niet-rivaliserend) niet op de markt verhandeld kunnen worden. Waarden die voor de medewerkers van taakorganisatie een belangrijke rol spelen, zijn, zo schrijft bijvoorbeeld Jacobs, traditie, gehoorzaamheid, discipline, hiërarchie en loyaliteit.

De enterprise (of marktorganisatie) is het exacte tegendeel van de agency. Zij wordt aangestuurd door het marktmechanisme en verhandelt goederen en diensten op de markt in concurrentie met andere aanbieders. De enterprise heeft geen bovengeschikte principaal; haar management heeft dan ook een bijna volledige discretionaire ruimte. Voor de leden van het management spelen waarden een rol als eerlijkheid (in de zin van contractuele betrouwbaarheid), efficiency en ondernemingsgeest. Ook samenwerkingsvermogen speelt een centrale rol, in tegenstelling tot hun equivalenten bij agencies kunnen de bestuurders van de enterprise anderen immers niet dwingen om met hen mee te werken.

We kunnen vervolgens dimensies benoemen waarop organisaties in het continuüm tussen de agency en de enterprise geplaatst kunnen worden. In mijn proefschrift heb ik deze samengevat in drie clusters:

De tien dimensies van hybriditeit heb ik in mijn proefschrift samengevat in een spinnenwebdiagram en organisaties kunnen er vervolgens op gescoord worden, bijvoorbeeld door een schaal van 0 tot 10 te gebruiken (waarbij 0 staat voor volledig publiek, 2 voor vooral publiek, 4 voor enigszins publiek, 5 voor halverwege tussen publiek en privaat, 6 voor enigszins privaat, 8 voor vooral privaat en 10 voor volledig privaat). Een puur publieke organisatie zou in dit diagram als punt in het midden gevisualiseerd worden. Hoe groter de ingevulde oppervlakte, hoe ‘privater’ een organisatie is. Zie onder een prototypische hybride organisatie, die op alle dimensies een 5 scoort.

Zo een grafische weergave, met alle kanttekeningen uiteraard die vastkleven aan ‘scoring’, maakt het mogelijk om in elk geval als basis voor een gesprek duidelijk te krijgen op welke dimensies de organisatie hybride is (en op welke niet) en of zij in het algemeen nog méér publiek of juist al erg privaat scoort.