Site Netwerk: nl hybridorganizations.com |



In Duitsland zetten gemeenten op Bürgerkredite, een vorm van staatslening, om grotere investeringen te kunnen plegen.

Zou jij je stad geld lenen? Gemeenteobligaties in Duitsland

In 2010 schreef ik mee aan een boek over De Weg van het Geld, waarin wij alternatieven beschreven voor de (lokale en nationale) overheid als bron van investeringen in het publieke domein. Denk aan staats-, private equity en pensioenfondsen. In het boek beschreven wij, op basis van een aantal cases, hoe kapitaalstromen zich verleggen en wat dat betekend voor zeggenschap over publieke dienstverlening.

Waar wij het in De Weg van het Geld ook over hebben gehad, zijn investeringen door individuen, bijvoorbeeld mecenassen (Bill Gates, Warren Buffet), slimme ondernemers (Loek Winter) of voetbalfans, die hun noodlijdend cluppie aan het leven willen houden (MyFootballClub.co.uk).

In deze tijden van financiële krapte aan de kant van de overheid, zouden ook hun burgers voor gemeenten interessante geldschieters kunnen zijn. Zo heb je in Duitsland het fenomeen Bürgerkredit. Burgers investeren hun geld in concrete projecten in hun (of een andere) stad en krijgen daar van de gemeente een bepaalde rente voor terug. De Duitse zender ARD liet daar in het programma PlusMinus van 13 mei een aantal interessante voorbeelden van zien. Individuele burgers zijn voor Duitse gemeenten buitengewoon interessant als investeerders, want (volgens schattingen) hebben zij tezamen een vermogen van € 5 miljard op de bank liggen.

Zo heeft de gemeente Oestrich Winkel in Hessen via zo’n burgerkrediet € 83.200,- bij elkaar kunnen sprokkelen, om een nieuw digitaal communicatiesysteem voor de lokale brandweer te kunnen betalen. De burgers, die hier geld in hebben gestoken, krijgen gedurende 6 jaar een rente van 0,7 %. In 2012, toen dit voorbeeld speelde, was dat meer dan voor een gewone rekening bij de Sparkasse. Maar burgers, die in hun stad investeren, zijn niet per se uit op winst. Volgens burgemeester Michael Heil doen zij het toch vooral omdat zij hun stad willen helpen. Door burgers te vragen om te investeren in hun stad, stijgt de betrokkenheid. Het nieuwe systeem had in elk geval gekocht moeten worden (vanwege wet- en regelgeving door de nationale overheid). Door burgers om een krediet te vragen, konden bezuinigingen vermeden worden.

Een ander voorbeeld is het nieuwe mensagebouw van een school in Willich in Noordrijn-Westfalen. Die heeft € 2 miljoen gekost, waarvan burgers € 1,7 miljoen hebben bijgedragen, met een rente van 3,6% voor 20 jaar. En in Saarbrücken, in het Saarland, heeft de gemeente een nieuwe centrale kunnen bouwen voor stadsverwarming dankzij een burgerkrediet van € 9 miljoen (looptijd: 10 jaar, rente: 4%).

Inmiddels zijn er ook bedrijven, die slim inspelen op deze ontwikkeling en als makelaars optreden tussen gemeenten, die krap bij kas zijn, en burgers, die op zoek zijn naar een verantwoorde en vooral ook veilige manier hun geld te investeren. Een daarvan is het bedrijf LeihDeinerStadtGeld (‘leen je stad geld’) in Mainz. Via dit bedrijf is het project in Oestrich Winkel gefinancierd. Het bedrijf wil nadrukkelijk geen bank zijn en ziet zich meer als tussenpersoon. Voor de investerende burger ontstaan geen kosten. Hoe het bedrijf zich financiert, wordt op de website niet echt duidelijk.

In Duitsland wordt er nu ook over nagedacht, burgers te vragen bij te dragen aan het wegwerken van achterstallig onderhoud in de infrastructuur. Veel scholen, wegen en bruggen in Duitsland zijn in slechte staat. Geschatte € 90 miljard zijn nodig, om daar iets aan te doen. Maar niet altijd zijn burgerkredietprojecten succesvol. Dit heeft het Nederlandse staatsbedrijf Tennet aan den lijve moeten ondervinden, toen men via de burger een nieuw transportnet voor energie wou financieren: de Westküstentrasse, die door marketinglui snel om werd gedoopt in Bürgerleitung (burgerleiding). Slechts 100 aandelen van dit zeer omstreden project zijn verkocht. Je moet je als politiek dus nooit rijk rekenen, ook al hebben jouw burgers een klein vermogen op de bank.

Gepubliceerd op 20 mei 2015